‘De focus op volkshuisvesting is prima!’

De nieuwe Woningwet beperkt corporaties in hun vrijheid bij investeringen in maatschappelijk vastgoed. Binnen de kaders van de wet is er echter wel ruimte voor investeringen in klein maatschappelijk vastgoed. Veel corporaties hebben al dergelijke projecten lopen. De Vernieuwde Stad en Platform 31 selecteerden de beste praktijkvoorbeelden en bundelden deze in het rapport ‘Vastgoed voor de buurt’. 

Portretfoto van geïnterviewde
Marien de Langen, voorzitter van De Vernieuwde Stad en bestuursvoorzitter bij Stadgenoot

De Vernieuwde Stad is een samenwerkingsverband tussen 25 grote stedelijke corporaties. 'Binnen De Vernieuwde Stad zagen we dat in maatschappelijk vastgoed interessante dingen gebeurden’, vertelt Marien de Langen, voorzitter van De Vernieuwde Stad en bestuursvoorzitter bij Stadgenoot. ‘We hebben veel zorg voor de buurt. En wilden graag zichtbaar maken dat je ook binnen de nieuwe Woningwet op een interessante manier met kleinschalig maatschappelijk vastgoed een heel goede bijdrage kunt leveren aan de leefbaarheid van de buurt. Dat was de aanleiding om dit rapport te maken.’

Faciliterende rol

De Vernieuwde Stad heeft deze publicatie samen ontwikkeld met Platform 31, dat al langer veel aandacht heeft voor dit soort initiatieven. ‘Platform 31 is meer van de reflectie en wij van de praktijk. In deze publicatie kwam dat mooi samen.’ De organisaties zochten naar goede voorbeelden en werden overspoeld met mooie initiatieven. ‘We hebben daarom fors moeten doorselecteren om tot deze 20 voorbeelden te komen’, geeft De Langen aan.

Voor al deze projecten geldt dat de corporatie voornamelijk faciliteert, iets dat volgens De Langen passend is. ‘We leven in een participatiesamenleving. Hierbij is het idee dat mensen meer zelf organiseren. Daarom is dit ook totaal iets anders dan een sociaal programma, waarbij het puur om subsidie draait. Initiatief vanuit de mensen zelf is bij dit soort projecten de basis.’

Willem Augustinstraat

Een van de projecten uit het rapport is de Willem Augustinstraat in Amsterdam, een inititatief dat is opgezet door de Amsterdamse woningcorporatie Ymere. ‘We merkten dat er onvoldoende verbinding was tussen de verschillende groepen mensen in de buurt’, vertelt Kim Ronner, regiomanager bij Ymere. ‘We zagen dat we dit niet konden laten voortkabbelen en wilden voorkomen dat de buurt in een negatieve spiraal terecht zou komen.’

Een leegstaande woning werd uit de verhuur gehaald en in eerste instantie ingericht als thuisbasis voor de huismeester. ‘Naarmate de tijd verstreek bleek echter dat de woning voor veel meer doeleinden gebruikt kon worden, waarmee ook direct de leefbaarheid in de buurt kon worden vergroot.’

Zo gebruikt de stichting Vooruit de ruimte inmiddels voor activiteiten voor de buurt en vindt er overleg plaats tussen bewoners en overheidsinstanties, Ymere of de wijkagent in het kader van de programmalijn ‘schoon, heel, veilig en groen’. ‘De grootste winst is dat hiermee ook echt zichtbaar wordt dat er een plek is waar mensen samen kunnen komen of vragen kunnen stellen aan de huismeester. De aanwezigheid van een fysieke ruimte heeft een heel positief effect’, legt Ronner uit.

Einde projecten

Zowel Ronner als De Langen weet dat dergelijke projecten vaak tijdelijk zijn, wat in hun ogen prima is. ‘Sommige initiatieven blijven lang bestaan, andere zijn kort van duur. Dat is niet erg, er komen altijd weer nieuwe projecten voor in de plaats’, geeft De Langen aan. ‘We noemen dit ook wel de pop-up-structuur van wijken.’ Ook Ronner ziet de positieve punten van het eindigen van een project. ‘Bij de Willem Augustinstraat is de intensiteit in het begin hoog, wij zitten daar dan bovenop. Het mooiste is als onze intensiteit gedurende tijd afneemt en dat we na verloop van tijd niet eens meer nodig zijn. We kunnen ons dan richten op andere projecten.’

Anticiperen

Hoewel in de publicatie natuurlijk alleen voorbeelden staan die goed passen binnen de nieuwe kaders van de Woningwet, waren veel initiatieven al gestart ruim voordat de nieuwe wet van kracht werd. De Langen: ‘Dat komt onder meer omdat veel corporaties geanticipeerd hebben op de wet en hun strategie daarop hebben aangepast.’

Ronner beaamt dat: ‘Ruim voordat de nieuwe wet inging hebben we deze nieuwe werklijn omarmd. We waren al bij veel projecten betrokken die met de directe leefbaarheid en veiligheid van onze complexen te maken hebben, daar richten we ons nu vrijwel alleen nog maar op. Wat overigens niet wegneemt dat ook de projecten met andere doeleinden in onze ogen uitgevoerd moeten worden. Alleen niet door ons.’

De rapportage 'Vastgoed voor de buurt' is voor het ministerie van BZK aanleiding om op 30 maart een dialoog te starten over klein maatschappelijk vastgoed.