“Effecten Woningbouwimpuls groter dan sociale woningbouw”

Het bedrijventerrein Schieoevers in Delft wordt in fases getransformeerd naar een levendige, productieve stadswijk waar plaats is voor werken, wonen, leren en maken. Daarmee wordt een belangrijke impuls gegeven aan de werk- en woningbouwopgave van de gemeente Delft en de regio. Voor een deelproject daarvan, Kabeldistrict, werd een bijdrage vanuit de Woningbouwimpuls aangevraagd. Programmadirecteur Derk van Schoten: “Met de bijdrage van 7,8 miljoen kunnen we in totaal 2.688 woningen bouwen, waarvan 1.647 woningen in het betaalbare segment. Zonder de Woningbouwimpuls was dat veel moeilijker geworden.”

Een harde voorwaarde voor de Woningbouwimpuls is dat je binnen drie jaar gaat bouwen. Om dit te kunnen garanderen moet je dus al een heel eind zijn met je plannen. Van Schoten: “De timing kwam in ons geval fantastisch uit. De plannen voor Kabeldistrict waren al in een vergevorderd stadium.” De Woningbouwimpuls is natuurlijk in eerste instantie bedoeld voor meer en sneller betaalbare woningbouw. Toch meent Van Schoten dat je de positieve effecten daarvan in veel breder perspectief moet zien.

Alles hangt met elkaar samen

“Het gaat niet alleen om die 1647 betaalbare woningen die we door de subsidie kunnen bouwen. We krijgen daarmee ook de mogelijkheid om een kwalitatief goede, duurzame, aantrekkelijke levensloopbestendige woon-werkwijk te ontwikkelen. De hele exploitatie komt natuurlijk allemaal uit dezelfde pot, maar zonder die 7,8 miljoen hadden we andere keuzes moeten maken. Dan was er minder geld voor sociale woningbouw, maar ook minder geld voor betaalbare bedrijfsruimtes, groen, voorzieningen, infrastructuur, economische ontsluiting, mobiliteit en ga zo maar door. Het hangt allemaal met elkaar samen.” Het Delftse bouwproject vindt Van Schoten ook echt een project van nu. “Het past goed in hoe we met zijn allen nadenken over stedelijke gebiedsontwikkeling en de doelstellingen van de overheid: gemengde gebieden van wonen en werken.”

Derk Schoten van de gemeente Delft
Beeld: Marieke Duijsters
Derk Schoten. Fotograaf: Marieke Duijsters

Kostentoedeling

Gemeenten worstelen bij de aanvraag vooral met de vereiste kostentoedeling van het project waar ze een WBI-aanvraag voor doen. Althans, zo merkt Van Schoten als hij zijn ervaringen deelt met andere gemeenten. “Kostenberekeningen moeten voldoen aan zogenaamde PPT-criteria (Profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid die terugkomen in het kostenverhaal, red.). Dat blijkt in de praktijk lastig te bepalen, omdat deze complex en niet heel erg concreet zijn. Wij hadden geluk dat we al heel ver waren met onze plannen door het vaststellen van een Ontwikkelplan en een concept MER. Daardoor konden wij op een transparante, rationele en heldere manier uitleggen hoe we tot de kostentoedeling zijn gekomen. Voor de berekening en de toedeling van de kosten hebben we gekeken naar allerlei beschikbare data. Met een verkeersmodel bijvoorbeeld konden we uitrekenen hoeveel auto’s er door een gebied heen rijden. Op basis daarvan kun je weer allerlei dingen afleiden en hebben we de uiteindelijke berekening gemaakt. Dat was zeker een eyeopener.”

Hulp

Van Schoten: “Het zou zeker helpen als er meer duidelijkheid komt over waar je nu precies aan moet voldoen bij de aanvraag. Of dat je als gemeente eerst een voorlopige beoordeling krijgt en dan inhoudelijk nog een aanvulling kunt geven als de aanvraag nog niet helemaal voldoet.” De vraagfunctie via RVO, kan je bij de aanvraag overigens ook goed en vooral snel helpen, aldus Van Schoten. “De Zuid-Hollandse Verstedelijkingsalliantie heeft daarnaast het adviesbureau Brink ingehuurd om met gemeentes mee te kijken naar hun aanvragen. Ook zijn er speciale kennisbijeenkomsten (de  impulskamers georganiseerd door het ministerie van BZK en RVO, red.).” Opvallend vindt Van Schoten het wel dat het Rijk de regeling zo eenvoudig mogelijk zegt te willen maken, maar vervolgens gemeenten die worstelen met de aanvraag wel aanraadt zich te laten ondersteunen door een adviesbureau. “Maar wees vooral helder in wat je doet”, adviseert hij andere gemeenten. “Doe geen impliciete aannames, maar leg je plannen transparant op tafel. Laat concreet zien wat je allemaal gaat doen. Onderbouw je redenatie gebaseerd op verifieerbare parameters. Dat heeft denk ik nog het meest geholpen.”

Derk Schoten van de gemeente Delft
Beeld: Marieke Duijsters
Fotograaf: Marieke Duijsters

Tweede aanvraag

Als het goed is, gaan vanaf 2022 de eerste palen de  grond in. Elk jaar komen er dan ongeveer 200 woningen bij. “We overwegen zeker nog een tranche voor een ander deelgebied. Maar dan moeten alle plannen wel zover klaar zijn dat we binnen 3 jaar kunnen bouwen. We denken daar nu hard over na.” Wat Van Schoten betreft moet de WBI zeker blijven. “Net als het ‘Wopke-Wiebes-fonds’ (Nationaal Groeifonds). De behoefte aan woningbouw, groen en ruimte is echt wezenlijk. Er komen nog veel binnenstedelijke transformaties aan en dat kost veel geld. Transformatie is duur doordat je nieuwe ontwikkeling belast wordt met bestaande belangen. Gemeenten zijn nu eenmaal niet heel kapitaalkrachtig en hebben niet zoveel mogelijkheden. Het zou echt een doodsteek zijn als er bijvoorbeeld toch weer buiten de steden mag worden gebouwd. Dan verliest de binnenstedelijke transformatie het economisch van de ontwikkeling in het buitengebied Maatschappelijk gezien verliezen we naar mijn idee dan alleen maar.”

Ook een aanvraag indienen voor WBI?

Het loket voor de tweede tranche (met een budget van 225 miljoen euro) is geopend tot en met 23 november 2020. De volgende tranches volgen in de jaren daarna (2021-2022). Meer informatie is te vinden op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend  Nederland.