Circulair en conceptueel bouwen

Nederland streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Daarnaast moet de uitstoot van CO2 in 2030 met 49 procent omlaag ten opzichte van 1990. Voor deze opgaven kan circulair en conceptueel bouwen zorgen voor de benodigde duurzaamheidswinst, zonder dat dit ten koste gaat van het bouwtempo of de betaalbaarheid van woningen.

Naast het realiseren van 900.000 nieuwe woningen tot 2030 moet de bouwsector dus ook rekening houden met grote duurzaamheidsopgaven. Zo moet de uitstoot van stikstof en CO2 en het gebruik van primaire materialen omlaag. Het lukt niet om deze uitdagingen te combineren door alleen op de ‘traditionele’ manier te bouwen. Het is daarom nodig om de beschikbare innovaties in de sector te benutten. Denk hierbij aan verdere industrialisatie (automatisering en robotisering) van productie in fabrieken, digitale ontwerpprocessen, flexibele en demonteerbare woningbouwconcepten en het gebruik van biobased materialen zoals hout, vlas of hennep. Vooral de industriële productie van woningen via conceptueel bouwen kan een bijdrage leveren aan de opgaven op het gebied van woningbouw én duurzaamheid.

Industriële productie

Bij conceptueel bouwen werkt een ontwikkelaar vanuit een aantal woningbouwconcepten, met mogelijkheden om bij elke productie bepaalde onderdelen naar wens aan te passen (zoals gevelbekleding en stenen). Deze woningen worden geproduceerd in de fabriek, waarna de woning kant-en-klaar op locatie wordt geplaatst. Verder zijn op de locatie vaak enkel nutsvoorzieningen nodig, zoals water, elektriciteit en desnoods gas. Conceptueel bouwen is in werkwijze vergelijkbaar met de auto-industrie: het kopen van een auto zou onbetaalbaar zijn als iedere klant eenmalig een eigen auto laat ontwerpen en produceren. Deze manier van bouwen levert een hoge bouwkwaliteit, maar zorgt ook voor verkorte bouw- en proceduretijden, een schonere bouw en lagere bouwkosten.

In 2020 zijn al 10.000 woningen op deze manier gerealiseerd. De sector verwacht in 2025 jaarlijks zo’n 40.000 conceptuele woningen uit de fabriek te leveren, waarbij opschaling naar 50.000 woningen in 2030 mogelijk lijkt.

“Toekomst van woningbouw in handen”

Onder andere het Stedelijk Gebied Eindhoven zet in op conceptueel bouwen. Via een pilot met gestandaardiseerde woonconcepten gaan dertien woningcorporaties en negen gemeenten in Zuidoost Brabant sneller en goedkoper sociale huurwoningen realiseren.  De regio wil een voorloper zijn voor andere gebieden die kampen met een tekort aan sociale huurwoningen.

Lees hier het hele verhaal van Stedelijk Gebied Eindhoven 

Programma conceptuele bouw en industriële productie

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) draagt bij aan de doelstelling om ontwikkelingen rondom duurzaam en betaalbaar versnellen van de woningbouw optimaal te benutten en te stimuleren.

De bouw van woningen moet snel, schoon, schaalbaar en betaalbaar zijn. Daartoe dient het BZK-Programma conceptuele bouw en industriële productie ‘woningbouw duurzaam en betaalbaar versnellen’. In dit programma is samen met verschillende partijen die aangesloten zijn bij de City Deal Circulair en Conceptueel bouwen in kaart gebracht wat er nodig is om een schaalsprong te maken in deze manier van bouwen.

Praktijkvoorbeeld Lelystad

Woningcorporatie Centrada had flink wat aarzelingen toen zij benaderd werden door de gemeente Lelystad voor de realisatie van tijdelijke woningen. Die aarzeling maakte uiteindelijk plaats voor trots: binnen twee jaar leverde Centrada via industriële productie 150 appartementen voor spoedzoekers en statushouders. Volgend jaar leveren zij zelfs 150 extra woningen. “Ik zou het zo weer doen”, vertelt directeur Martine Visser.

Lees hier het hele verhaal van Wonen bij LARS in Lelystad