Experimenteerruimte

De Woningwet en het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) bieden toegelaten instellingen ruimte om met een experiment af te wijken van de regels in het BTIV. Voorwaarde is dat de experimenten in het belang van de volkshuisvesting zijn.

Daarin ligt ook meteen het belang van de experimenteerruimte besloten: experimenten kunnen een uitkomst bieden in situaties waarbij nieuwe ontwikkelingen aanleiding geven voor een heroverweging van de regelgeving. Met een experiment kan worden bezien of aanpassing van de regelgeving inderdaad nodig en wenselijk is. In 2016 is bijvoorbeeld het experiment verkoopregels wooncoƶperaties gestart, waarmee bij wijze van experiment soepelere regels gehanteerd worden voor verkopen door toegelaten instelling aan wooncoƶperaties die deze woongelegenheden in collectief bezit willen nemen.

Afbakening

Hoewel de experimenteerruimte niet expliciet tot een aantal specifieke bepalingen in het BTIV beperkt wordt, zijn de duur en de invulling van experimenten wel afgebakend. Zo is vereist dat experimenteerregelingen voorzien in regels over de selectie van experimenten, in een aanduiding van de maximale tijdsduur van experimenten en in de manier waarop wordt vastgesteld of het experiment zodanig geslaagd is dat het zich leent voor vastlegging in de regelgeving. De Minister kan afwijken van de vastgelegde maximale tijdsduur en het experiment verlengen op het moment dat een noodzakelijk geachte wijziging van het BTIV nog in werking moet treden.

Relevante regelgeving

De volgende regelgeving is relevant voor dit onderwerp:

Let op: in het kader van de evaluatie van de Woningwet zullen er in 2021 mogelijk een aantal zaken veranderen rondom het experimenteerartikel. Tot die tijd geldt de huidige regelgeving