Flexwonen: meer dan alleen tijdelijke stapelwoningen of containers

Hoe kan een slimme rekentool locaties voor tijdelijke woningen in beeld brengen? En hoe kan het toevoegen van flexibele woningbouw tegelijkertijd de leefbaarheid en veiligheid in wijken verbeteren? Deze vragen staan centraal in twee onderzoeken naar flexwonen van Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Atelier Rijksbouwmeester. “De onderzoeken leiden tot meer creativiteit en bewustwording dat er meer plekken geschikt zijn en er veel meer mogelijk is dan in eerste instantie gedacht.”

“Gemeenten geven aan te worstelen met het zoeken naar geschikte locaties,” zegt Jolien Groot, projectleider van het PBL-onderzoek. “Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken hebben we daarom onderzoek gedaan naar type locaties waar flexwoningen kunnen worden gebouwd. We gebruiken hiervoor de Ruimtescanner. Dit rekenmodel hebben we eerder ook ingezet voor onderzoek naar binnenstedelijke ontwikkeling.”

Graaf Wichmanstraat in Putten: voor en na
Bron: Team New Urban Networks

Ruimtescanner

De Ruimtescanner is een geografisch informatiesysteem (GIS), dat verschillende kaarten met data als het ware stapelt. Groot: “Het filtert in eerste instantie ongeschikte locaties uit de kaarten. Bijvoorbeeld plekken waar geen woningbouw mag komen, of locaties waar op korte termijn al plannen zijn voor permanente woningbouw. De overgebleven locaties kun je dan op lokaal niveau verder onderzoeken op geschiktheid en kansrijkheid voor flexwonen. Daarnaast ontstaat zo een overzicht van ruimtelijke beperkingen die een rol spelen bij het zoeken naar tijdelijke bouwlocaties.”

Nieuwekaart.nl

Voor provincie Noord-Holland is dit onderzocht met als resultaat een aantal kaartbeelden. Groot: “De provincie heeft de contouren van haar woningbouwplannen goed openbaar ontsloten via nieuwekaart.nl. Dat is belangrijk, want tijdelijke woningbouw mag permanente woningbouw niet in de weg zitten. Maar langetermijnplannen laten ook juist extra mogelijkheden zien. Als ergens pas over 10 jaar woningen worden gebouwd, kunnen flexwoningen urgent woningzoekenden uit de brand helpen. Zo’n kaart blijkt voor de provincie een goed startpunt voor discussies over passende oplossingen.” In gemeente Den Haag is al getest met de resultaten uit de Ruimtescanner. “Dan is de spannende vraag of ze deze locaties zelf ook herkennen als mogelijke locatie.”

Jolien Groot (PBL) & Annelies van der Nagel (Atelier Rijksbouwmeester)
Lena Knappers (Atelier Rijksbouwmeester) en Annelies van der Nagel (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland).

Lokaal maatwerk

Ook Annelies van der Nagel, onder meer begeleider van Versnellingskamers Flexwonen bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), is enthousiast over beide onderzoeken: “Wij helpen gemeenten aan de hand van de routekaart Flexwonen om stap voor stap toe te werken naar een kansrijk en gedragen concept. De Ruimtescanner kan daarin zeker nuttig zijn. Ik hoop dat daardoor plekken komen bovendrijven die nog niet als mogelijke ontwikkellocatie in het vizier waren.” De Ruimtescanner is vooral bedoeld als ondersteuning bij het lokale gesprek, meent ook Groot. “De kaarten kunnen helpen op een andere, meer creatieve manier naar de beschikbare ruimte te kijken. Maar gemeenten moeten volgens mij vooral goed nadenken over de woonvraag, doelgroep, type woning en locatie die daarbij past. Misschien is er wel bewonersweerstand tegen de mogelijke locatie, of is het financieel niet haalbaar. Dat hebben we niet op kaart gezet, maar dát bepaalt uiteindelijk welke locaties geschikt zijn. Het is en blijft lokaal maatwerk.” 

Stedenbouwkundige verkenning

Naast het gebruik van de Ruimtescanner loopt een ontwerpend onderzoek naar het transformeren en verdichten van bestaande wijken met flexwoningen. In opdracht van Atelier Rijksbouwmeester en BZK maken drie multidisciplinaire ontwerpteams een ontwerp voor zes geselecteerde gebieden van een vierkante kilometer. Daarin laten zij zien hoe extra flexibele huisvesting kan worden gecreëerd om de wijk qua leefbaarheid en leefomgeving te verbeteren. Ze worden uitgedaagd om met inspirerende ideeën te komen die inspelen op lokale woonbehoeften. Volgens projectleider Lena Knappers is de studie een mooie aanvulling op het PBL-onderzoek. “De plannen van de ontwerpteams tonen een breed palet aan mogelijkheden. Met deelnemende gemeenten zijn inmiddels de eerste verdiepingssessies gehouden om de ideeën en ontwerpen verder uit te werken en te onderzoeken welke belemmeringen gemeenten ondervinden. Het zou prachtig zijn als een aantal voorstellen daadwerkelijk gerealiseerd worden.”

Locaties verdichtingsstudie Flexwonen
Locaties verdichtingsstudie Flexwonen.

Mogelijkheden voor nieuwe woonvormen

De ontwerpen laten allerlei mogelijkheden zien, waardoor bestaande wijken een kwaliteitsverbetering krijgen, aldus Knappers. “Door toevoeging van nieuwe woningen en aanpassing van bestaande bouwblokken worden wijken zowel stedenbouwkundig als typologisch aangepast. Er wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe je nieuwe woningen kan bouwen tegen blinde kopse gevels. Of hoe je bestaande hoogbouwflats flexibel kunt aanpassen. De voorstellen tonen een diversiteit aan nieuwe woonvormen zoals hofjes, nieuwe woon-werkcombinaties en kangoeroewoningen.” Het onderzoek kijkt volgens Knappers naar locatiespecifieke oplossingen, en meer dan alleen naar de open grasveldjes in een wijk. “Onze historische binnensteden zijn generatie na generatie aangepast. Daarom zijn deze veel gelaagder dan bijvoorbeeld de jaren 60-, 70- en 80-wijken. Juist daar is nog ruimte om een nieuwe laag toe te voegen."

Congres Flexwonen

De definitieve resultaten van beide onderzoeken worden 14 oktober gepresenteerd op het (digitale) landelijk congres Flexwonen. Van der Nagel: “De onderzoeken zijn een praktische aanvulling om te kijken waar de kansen liggen. Op een leuke en creatieve manier wordt gekeken naar plekken die anders niet voor woningbouw benut worden, en de kansen die deze bieden voor bijzondere woonvormen. Dat kan bijdragen aan verrassende en diverse buurten.” Knappers hoopt dat de uitkomsten ook laten zien dat flexwonen meer betekent dan alleen tijdelijke stapelwoningen of containers. “De grens tussen normaal wonen en flexwonen is al lang niet meer zo scherp, zeker nu huishoudens steeds kleiner worden en de verhuisbewegingen toenemen.”