Huurdersorganisaties zijn een volwaardige overlegpartner van woningcorporaties en gemeenten. De drie partijen maken samen prestatieafspraken. Ook draagt de huurdersorganisatie vertegenwoordigers aan voor de raad van commissarissen van de woningcorporatie. Daarnaast kan een woningcorporatie alleen een verbinding of een fusie aangaan als de huurdersorganisatie daar vooraf mee instemt.

Prestatieafspraken

Het bestuur van de woningcorporatie stuurt de huurdersorganisatie jaarlijks de jaarrekening, het jaarverslag en het volkshuisvestingsverslag. Daarnaast stelt de woningcorporatie jaarlijks een 'overzicht van voorgenomen werkzaamheden' ter beschikking aan de huurdersorganisatie. Daarin staan in ieder geval voornemens tot verkopen en voornemens tot liberalisatie van woningen. Dit overzicht vormt de basis voor het gesprek over de prestatieafspraken. Afspraken over omvang en behoud van de kernvoorraad kunnen daar onderdeel van zijn.

Benoeming commissarissen

Voor de raad van commissarissen draagt de huurdersorganisatie ten minste een derde, maar altijd minder dan de helft van het aantal commissarissen voor. De voordracht van de benoeming van commissarissen is bindend. Voor deze benoeming geldt wel de geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets. Als er geen huurdersorganisatie is, moet de raad van commissarissen ervoor zorgen dat een commissaris uit de kring van huurders wordt benoemd.

Verbinding en fusie

Als een woningcorporatie een verbinding wil aangaan met een andere rechtspersoon, moet de huurdersorganisatie hier vooraf mee akkoord gaan, nog voordat de Autoriteit Woningcorporaties een oordeel geeft. Dit geldt ook voor een voorgenomen fusie. De Autoriteit Woningcorporaties kan de zienswijze van de huurdersorganisatie bij een fusie alleen naast zich neerleggen als de corporatie niet naar redelijkheid kan bijdragen aan het volkshuisvestingsbeleid in de gemeente waar zij werkzaam is of in geval van financiële noodzaak.

Zienswijze bij scheiden en splitsen DAEB en niet DAEB

Het ontwerp scheidings- of splitsingsvoorstel moest uiterlijk 1 januari 2017 door de corporatie zijn ingediend bij de Autoriteit Woningcorporaties. Hierbij moesten zienswijzen zijn bijgevoegd van de gemeente(n) waarin de corporatie actief is en van de huurdersorganisaties. Zo is duidelijk hoe de corporatie na scheiding of splitsing kan bijdragen aan het lokale volkshuisvestingsbeleid.

Hoort bij