Geschiktheids- en betrouwbaarheidstoets

Bestuurders en commissarissen van woningcorporaties worden benoemd door de Raad van Commissarissen (RvC). Voorafgaand aan de benoeming geeft de Autoriteit woningcorporaties namens de minister zijn zienswijze op de geschiktheid en betrouwbaarheid van de kandidaat bestuurder. 

Op de website van Ilent is meer informatie te lezen over het aanvragen van een zienswijze en wat daarvoor nodig is.

Benoemen bestuurder woningcorporatie

Als de Autoriteit woningcorporaties een positieve zienswijze afgeeft ten aanzien van de geschiktheid en betrouwbaarheid van een kandidaat bestuurder, dan kan RvC van de betrokken woningcorporatie de betrokkene vervolgens (her-)benoemen als bestuurder voor maximaal vier jaar. Indien een corporatie een vereniging is, wordt ook de algemene ledenvergadering in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen over de te benoemen bestuurder. De RvC kan dit advies gemotiveerd naast zich neer leggen.

Geschiktheids- en betrouwbaarheidseisen bestuurder

Van bestuurders binnen de woningcorporatiesector wordt verwacht dat zij geschikt en betrouwbaar zijn om hun taken en bevoegdheden naar behoren te kunnen vervullen. Werving van kandidaat-bestuurders vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de RvC van de betrokken woningcorporatie, waarna deze RvC vervolgens een kandidaat voordraagt aan de Aw. De Aw onderzoekt vervolgens de geschiktheid en betrouwbaarheid van de betrokken kandidaat op basis van de hiertoe gegeven beoordelingscriteria in bijlage 1 en bijlage 2 van het Btiv. Als de voorgedragen kandidaat door de Aw geschikt en betrouwbaar wordt geacht conform, dan geeft de Aw een positieve zienswijze af, waarna de RvC van de betrokken woningcorporatie de betrokkene als bestuurder kan benoemen.

Het vereiste van geschiktheid en betrouwbaarheid voor bestuurders in de woningcorporatiesector geldt gedurende de volledige benoemingstermijn. In het kader van de benoeming tot bestuurder van een woningcorporatie, is het van belang dat betrokkene zijn werkzaamheden vervult zonder (de schijn van) belangenverstrengeling als gevolg van eventuele (neven-)activiteiten.

Relevante regelgeving

De volgende regelgeving is relevant voor dit onderwerp: