Goed verhuurderschap: goed, veilig en betaalbaar wonen

Op zijn twintigste kocht Cor Verkade zijn eerste studentenhuis om te verhuren. Inmiddels zit hij 32 jaar in het vak en verhuurt hij met Van Dam, Van Dam & Verkade B.V. meerdere kamers aan studenten in Utrecht, Leiden en Wageningen.

Ongeveer 120 studenten hebben een dak boven het hoofd dankzij zijn studentenhuizen, waarvan de meeste in Utrecht. Daarnaast lobbyt Verkade namens branchevereniging Vastgoed Belang als deskundige voor gezonde wet- en regelgeving. De problemen rondom de studentenhuisvesting noemt hij gigantisch. ‘En gênant, want als je zo’n belangrijke, nieuwe fase in je leven begint, moet je geen zorgen hebben over huisvesting.’

Veilig wonen

Goed verhuurderschap begint volgens Verkade bij goed én veilig wonen. ‘Bezuinigen op veiligheid mag nooit. Veel huizen hadden bijvoorbeeld nog gaskachels toen we ze kochten. Daarom brachten we overal veiligere cv-ketels aan.’

'Goed omgaan met servicekosten is ook een belangrijk aspect', vindt Verkade. ‘Eigenaren van studentenkamers verlenen bijvoorbeeld het gebruik van ruimte, stenen, dakpannen en ramen. Daar staat een vergoeding tegenover. Maar huurders moeten zelf kunnen bepalen welke diensten, zoals internet, ze daarnaast willen inkopen. Servicekosten zijn niet om winst te halen voor de verhuurder, terwijl dat soms wel gebeurt.’

‘Goed verhuurderschap heeft ook te maken met hoe je het leven in het huis inricht. Wij kiezen ervoor om met een huisoudste te werken. Die geeft aan als er iets in het huis gedaan moet worden. De huisoudste heeft ook contactgegevens van onze aannemer en loodgieter, zodat er rechtstreeks contact kan worden opgenomen als er iets is. Wij hebben zelf bijvoorbeeld ook geen sleutels van de kamers.’

Locatie

Het is vandaag de dag lastig om aan panden te komen, zeker in de binnenstad. ‘Als ik bijvoorbeeld een woning koop van een oude dame die naar het verzorgingshuis is gegaan, en daar 7 studentenkamers realiseer, word ik beticht van het onttrekken van woonruimte. Maar eigenlijk creëer ik die juist.’

Verkade wijst naar de studentenflats. Vaak aan de rand van de stad, terwijl goed wonen voor studenten vaak betekent dat ze in de stad willen wonen. ‘De politiek en wet- en regelgeving drijft de studenten naar de buitenranden. Ik vrees dat studentenhuisvesting over 10 jaar veel minder gezellig en knus is.’ 

Niet rendabel

Winst maken op de verhuur van studentenhuizen én studenten voor een redelijke prijs laten huren, is niet te doen volgens Verkade. ‘Het doel voor studenten is betaalbaar wonen. Aan de verhuurders de taak om dat voor elkaar te krijgen. Maar uit onderzoek van het ministerie blijkt nu ook dat studentenkamers met de huidige wet- en regelgeving niet rendabel geëxploiteerd kunnen worden. De inkomsten gaan op aan onderhoud, verzekeringen, belastingen en rente. Het huidige puntensysteem, waarmee de prijs van kamers wordt bepaald, helpt ook niet mee. De huurprijs ligt zo laag, dat het onhaalbaar is woningen aan te kopen en te verhuren. De huizen leveren pas bij verkoop geld op. Maar dan is de student weer de dupe, want die heeft geen woonruimte meer.’

Dit strookt niet met de berichtgeving dat studentenkamers nog nooit zo duur zijn geweest (gemiddeld boven de 400 euro per kamer). Daarnaast is de conclusie van het RIGO rapport niet dat het onhaalbaar is, maar dat het rendement lager is dan met zelfstandige eenheden.

Verduurzaming

Verduurzaming is belangrijk vandaag de dag. Ook Verkade ziet deze noodzaak en wil hieraan graag bijdragen. Dat verdient volgens hem nog wel de aandacht. ‘Volgens het huidige ‘puntensysteem’ mag een verduurzaamde kamer niet meer huur kosten dan een niet-verduurzaamde kamer. Het is voor de huiseigenaar ondoenlijk te investeren in verduurzaming terwijl aan die grote kosten niets verdiend kan worden. En dit terwijl studentenhuisvesting zonder verduurzaming al (bijna) verliesgevend is.'

Dit is het tweede verhaal over studentenhuisvesting in een reeks. Lees hier het eerste verhaal, waarin de gemeente Groningen vertelt hoe zij het tekort aan huisvesting dit jaar aanpakken.