Maximale hypotheek op basis van inkomen (LTI)

De maximale financieringslast is het deel van het inkomen dat maximaal mag worden uitgegeven aan hypotheeklasten. Dit wordt berekend aan de hand van het toetsinkomen van de consument en de rente.

In de tijdelijke regeling hypothecair krediet is bepaald wat het maximale hypothecaire krediet mag zijn op basis van het inkomen. Bij de berekening wordt uitgegaan van een annuïtair aflosschema, ongeacht de aflosvorm.

  • Toetsinkomen consument: Een hypotheekaanbieder zal voor het bepalen van het toetsinkomen in beginsel rekenen met vaste en bestendige inkomsten. Voor tweepersoonshuishouden wordt gerekend met het hoogste toetsinkomen vermeerderd met 80% van het lagere toetsinkomen.
  • Rente: Als er sprake is van een rentevaste periode van tien jaar of langer, wordt gerekend met de geoffreerde debetrente. Als het gaat om een hypothecair krediet met een rentevaste periode korter dan tien jaar, wordt gerekend met een debetrente van 5%. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legt dit percentage elk kwartaal vast. 

De overheid stelt de maximale financieringslastpercentages vast. De criteria worden jaarlijks aangepast op basis van veranderende inkomens- en uitgavenpatronen van huishoudens. Het Nibud adviseert de overheid over de hoogte van deze percentages. 

De hypotheekaanbieder telt andere financiële verplichtingen op bij de financieringslast óf brengt deze in mindering op de toegestane financieringslast.

Meer informatie

  • Artikel 1 Tijdelijke regeling hypothecair krediet
  • Artikel 2 Tijdelijke regeling hypothecair krediet
  • Artikel 3 Tijdelijke regeling hypothecair krediet
  • Artikel 4 Tijdelijke regeling hypothecair krediet
  • Bijlage 1 Tijdelijke regeling hypothecair krediet
  • Website Nibud