Purmerend ‘neemt verantwoordelijkheid’ en bouwt flexwoningen zelf

In Purmerend is de gemeente zelf opdrachtgever voor de bouw van 200 tijdelijke woningen. De woningnood vraagt om initiatief, is de redenering daar. "Wij vinden dat we hiermee onze verantwoordelijkheid nemen.”

Als alles volgens plan verloopt, worden in december 2019 de eerste flexibele woningen in Purmerend opgeleverd. Aan de Kanaaldijk, een van de vier locaties. Ook in Purmerend is de woningnood hoog. "De woningmarkt is hier heel gespannen, mede omdat we dicht tegen Amsterdam aan liggen. De wachttijd voor sociale huur loopt op tot 11 of 12 jaar”, vertelt wethouder Thijs Kroese. “En de stap van sociale huur naar koop is groot. Er is niet echt een betaalbaar middenhuursegment.”

Wethouder Thijs Kroese

Genoeg aanleiding voor de gemeente om ook het bouwen van tijdelijke woningen te onderzoeken. “Na de decentralisatie van de zorg in 2015, kwamen er veel zorgvragen binnen bij het Wmo-loket. Bij veel verhalen speelde ook een woonprobleem”, vertelt Nanda Lamme, beleidsadviseur Maatschappelijk. “We zagen bijvoorbeeld een toename in het aantal vechtscheidingen en de wachttijd op een woning voor mensen met een urgentieverklaring (wachttijd tot wel 1,5 jaar) was ook een probleem. Bij scheidingen, waarbij kinderen de dupe dreigden te raken, schakelen we bemiddelaars in. Vaak bleek echter dat een andere woonplek voor een van de ouders noodzakelijk was om echt rust voor de kinderen te creëren."

Overbruggingsperiode

Wethouder Kroese vult aan: “Vaak blijkt dat als mensen uit elkaar gaan ze ongeveer anderhalf jaar nodig hebben om alles te regelen, waaronder een nieuwe woonplek. Met tijdelijke woningen voor twee jaar kun je die periode overbruggen. Op dat moment komt flexwonen bij ons om de hoek. Overigens zijn deze woningen zeker niet alleen bedoeld voor mensen die problemen hebben. Er is bijvoorbeeld ook een groep jongeren die als eind-twintigers nog thuis wonen omdat er geen woning voor hen is, maar wel een zelfstandige plek willen.”

Een situatie van illegaal wonen op een bedrijventerrein zorgde ervoor dat de bal politiek gezien ging rollen. Want, waar moesten deze mensen dan wonen? Het leidde uiteindelijk tot het collegebesluit om zelf opdrachtgever te worden en ‘te gaan kijken hoever we zouden komen’. Kroese: “In de loop van 2018 zeiden we tegen woningcorporaties: als jullie je focussen op de bouw van sociale huurwoningen, dan pakken wij de tijdelijke woningen op. Want het moet allebei gebeuren; het een versterkt het ander. Het is dus ook niet zo, zoals mensen soms veronderstellen, dat dit uit iets negatiefs voortkomt. Dat de corporaties niet wilden, geen geld hadden en dat we het daarom maar zelf gaan doen. We hebben goed overleg gehad en altijd de vraag gesteld hoe we mensen met urgente problemen konden helpen. Daar was dit de slotsom van.”

‘Wij beredeneren vanuit het sociaal domein’

Verantwoordelijkheid nemen

Dat een gemeente zelf opdrachtgever wordt voor woningbouw, is uniek. Maar Kroese vindt dat Purmerend hiermee juist haar verantwoordelijkheid neemt. “Gemeenten worstelen al lang met de woonvraag en de verantwoordelijkheid van de overheid daarin. Als je alleen kijkt naar de ruimtelijke kant, dan is die ook klein. Daar zijn woningcorporaties en de markt voor. Wij beredeneren vanuit het sociaal domein en dat ís onze verantwoordelijkheid. We kijken naar wat iemand nodig heeft en we zien dat veel mensen geholpen zijn met flexwonen.”

V.l.n.r.: beleidsadviseur Vincent Pirovano, wethouder Thijs Kroese en beleidsadviseur Nanda Lamme, op locatie aan de Verzetslaan. Dit is een van de locaties waar de flexwoningen worden geplaatst.

Passend in natuurlijke en stedelijke omgeving

In de gemeente is weinig kritiek. “De raad was unaniem akkoord. Laatst gingen we in de plannen van 118 naar 200 woningen”, aldus Kroese. “Men vroeg zich alleen af waarom het er niet meer worden. In de stad zelf krijg je natuurlijk wel vragen over de locaties en wie er komen te wonen.” Omwonenden zijn actief betrokken, vult Pirovano aan. “De inloopavonden waren voor ons ook een bevestiging dat we op de goede weg waren. Een groot deel van de aanwezigen waren zelf woningzoekend. Zo kwam naar voren dat de inrichting van de woning sober moest zijn, maar van buiten wel uitstraling hebben. Dat is ook een prikkel voor de bewoners om verder te gaan. We bieden ze iets voor een tijdelijke periode. Ook moesten woningen in zowel natuurlijke als stedelijke omgevingen passen, mochten ze verplaatst worden.” Deze input gebruikte de gemeente ook bij de aanbesteding. “We werken nu met een raamovereenkomst voor maximaal 300 woningen”, vertelt Lamme. “We geven een opdracht per locatie. Dit geeft ons ook de mogelijkheid om zorgvoorzieningen voor andere doelgroepen, bijvoorbeeld voor personen die relatief veel zorg nodig hebben, ook op deze manier tot stand te laten komen."

‘Men vroeg zich alleen af waarom er niet meer flexwoningen waren’

Niet bang zijn voor maatwerk

Zoals wethouder Kroese eerder aangaf, wordt per individuele situatie bekeken wat nodig is en welke locatie het beste past. “Toewijzen doen we voor zeventig procent zelf. Dertig procent krijgt een woning via een loting. Als je dit soort dingen doet, moet je niet bang zijn om maatwerk te leveren. De mensen van het Wmo-loket zijn goed op de hoogte. Niet iedereen hoeft het overal mee eens te zijn, maar het is altijd uit te leggen. Dat doen we ook bij urgentieverklaringen. Ik denk dat andere gemeenten dit nog wel lastig vinden. Daarnaast wordt nog weinig de link gelegd tussen maatschappij en vastgoed. Probeer het breed te bekijken. Dat is noodzakelijk, want je komt overal drempels tegen. Zonder breed verhaal gaat het mis.” Dat beaamt ook beleidsadviseur Lamme: “Dat is de collateral beauty: de samenwerking tussen de verschillende domeinen is verstevigd. Ook in het ruimtelijk domein is meer zichtbaar geworden voor wie we het doen. Er is een stuk menselijkheid in het ruimtelijk domein geslopen en zakelijkheid in het maatschappelijk domein. We versterken elkaar in plaats van dat we elkaar in de weg zitten.” 

Vijftien jaar afwijken van bestemmingsplan

Kroese is blij met het pakket aan maatregelen om flexwonen te stimuleren, zoals het van 10 naar 15 jaar afwijken van een bestemmingsplan op een locatie zonder woonbestemming. “Met dit pakket ben je er wel. Die 15 jaar is een belangrijke, net als het wegvallen van de verhuurderheffing voor flexwoningen. Al vind ik het jammer dat dit gedekt wordt door een lichte verhoging van de heffing voor reguliere woningen. Al met al denk ik dat we op het goede spoor zitten.”