Maximering meetellen WOZ-waarde in huurprijsbepaling

Het gebruik van de WOZ-waarde in de bepaling van de maximale huurprijs kan bij een woning leiden tot een onbedoeld effect. Dit is vooral zichtbaar in gebieden met een groot woningtekort. De maximale huren van die woningen stijgen daar zo sterk, dat de betaalbaarheid onder druk komt te staan. Woningen in die gebieden worden voor grote groepen onbereikbaar. Het aandeel van de WOZ-waarde in de bepaling van de maximale huurprijs van woningen wordt daarom gemaximeerd.

Uitvoering

Met de WOZ-waarde stelt de gemeente vast hoeveel een woning waard is. Sinds 1 oktober 2015 wordt de WOZ-waarde gebruikt als onderdeel van het puntensysteem (het woningwaarderingsstelsel (WWS) waarmee de maximale huur van een woning wordt bepaald. Het aandeel van de WOZ-waarde in het puntentotaal van een woning wordt gemaximeerd op 33%.

De maatregel geldt indien een groter aandeel van de WOZ-waarde in de huurprijs zou leiden tot de mogelijkheid van liberalisatie (bij nieuwe verhuring). Het aandeel van de WOZ-waarde wordt niet gemaximeerd bij woningen waarbij het puntenaantal niet kan leiden tot liberalisatie (bij nieuw verhuring). De maatregel geldt daarom niet voor woningen met minder dan 142 punten.

Wanneer geen maximering WOZ-waarde

Het aandeel van de WOZ-waarde wordt niet gemaximeerd in de volgende situaties:

  • Bij woningen waarbij het puntenaantal niet kan leiden tot liberalisatie (bij nieuw verhuring). De maatregel geldt daarom niet voor woningen met minder dan 142 punten.
  • Ook geldt de maatregel niet voor twee soorten woningen waarbij het WWS specifiek liberalisatie  mogelijk maakt:
  1. Nieuwere woningen bedoeld voor geliberaliseerd segment:
    • Dit betreft woningen met bouwjaar 2015, 2016, 2017, 2018 of 2019
    • Met een WWS-waarde van 110 punten zonder de punten voor WOZ-waarde.
  2. Kleine nieuwbouwwoningen in de COROP-gebieden Amsterdam en Utrecht. Nieuwbouw wil zeggen woningen met het bouwjaar 2018, 2019, 2020, 2021 of 2022. Klein wil zeggen kleiner dan 40m2.

Huidige status

De Tweede Kamer heeft de maatregel besproken op 29 september 2021: Daarna heeft het kabinet de Raad van State verzocht te adviseren over de maatregel. Na dit advies neemt het kabinet het definitieve besluit over de maatregel. Eerder heeft de Minister aangegeven de maatregel uit te stellen tot 1 januari 2022.