Vernieuwende woonoplossingen in kleinere gemeenten

De krapte op de woningmarkt beperkt zich allang niet meer tot grootstedelijke gebieden. Ook in kleinere gemeenten wordt creativiteit gevraagd van bestuurders, corporaties, ontwikkelaars en andere partijen. Tijdens het vierde webinar uit de Praktijkreeks Flexwonen van 1 december 2021 kwamen praktijkvoorbeelden van vernieuwende woonoplossingen aan de orde, plus enkele belemmeringen en onderliggende cijfers.

Veel kleine gemeenten staan voor een dilemma. Ze willen nu bouwen om hun inwoners op de krappe woningmarkt meer kans te geven. Tegelijkertijd willen ze, gezien de soms voorspelde bevolkingskrimp in hun regio, over tien tot twintig jaar geen overschot aan woningen hebben. In zo’n situatie vormen flexibele, dynamische en vernieuwende woonvormen een oplossing. Maar hoe zien die eruit? En hoe til je ze van de grond?

Plaatsing van een Uuthuuske. Foto: The New Makers
Plaatsing van een Uuthuuske. Foto: The New Makers

Verdubbelde trek vanuit de steden

Bouwen, bouwen, bouwen. Daarmee vatte Judith Hurks van het ministerie van Binnenlandse Zaken als eerste spreker het Rijksbeleid van de afgelopen vier jaar samen. Mede dankzij de introductie van het volkshuisvestingsfonds in de zomer ontstaan er city en regiodeals met afspraken over stedelijke en regionale opgaven. Het wordt wellicht tijd voor village deals, aldus Hurks. “In kleinere gemeenten zien we de vraag naar woningen eveneens toenemen. Dus ook daar willen we de vraagstukken rondom de woningmarkt verder brengen. Daar is meer maatwerk voor nodig.”

Leo Prins van het Kadaster bracht daarna de cijfermatige onderbouwing van de trek naar de kleinere gemeenten in beeld. Uit zijn onderzoek blijkt dat woningkopers uit de steden steeds vaker naar landelijk gebied uitwijken. De periode 2018-2020 liet meer dan een verdubbeling zien ten opzichte van 2009-2011, naar circa 36.000 ‘stedelijke kopers’. Deze groep bestaat uit mensen die meestal ouder zijn dan 35 jaar. Zij kopen in kleinere gemeenten relatief vaak duurdere (grote en vrijstaande) huizen met een tuin. In 2020 werd inmiddels een op de vijf woningen in kleinere gemeenten gekocht door deze groep.

Rijksregeling mogelijk ook voor kleinere gemeenten

Aan het webinar namen ook drie wethouders uit kleine gemeenten deel: Ted Kok uit Aalten (in de Achterhoek), Jouke Spoelstra uit Achtkarspelen (Friesland) en Matthijs Kuijken uit Bergeijk (Noord-Brabant). Hun reacties op de eerste twee sprekers bevatten diverse rode draden. Ten eerste: is de groeiende trek naar het randland wel tijdelijk? De krimpscenario’s voor de diverse regio’s schuiven al jaren verder de toekomst in. Dus wellicht is er ook behoefte aan een structurele aanpak van het woningtekort. Ten tweede: de regelingen vanuit het Rijk lijken teveel gericht op grootstedelijke gebieden. Er wordt voorbijgegaan aan de mogelijkheid dat mensen misschien liever landelijk willen wonen, en dat landelijke gebieden daar binnen hun bestaande kernen best ruimte voor bieden. Een probleem voor kleinere gemeenten is dat zij, vanwege de relatief geringe omvang van hun woningbouwopgave, moeilijk gebruik kunnen maken van landelijke regelingen. Judith Hurks heeft wat dat betreft goed nieuws: er ligt op dit moment een motie in de Tweede Kamer om de woningbouwimpuls ook mogelijk te maken voor kleinere gemeenten.

Twaalf voorbeelden

Frank Wassenberg, die samen met zijn collega Ruud Dorenbos van Platform31 het webinar voorzat, nam de laatste presentatie voor zijn rekening met het rapport ‘Vernieuwende woonoplossingen voor kleinere gemeenten’. Er bestaan inmiddels vele voorbeelden van die oplossingen, in vele verschijningsvormen en met diverse volumes (variërend van circa 20 tot 190 bewoners). “Er bestaat inmiddels enorm veel informatie over dit onderwerp”, aldus Wassenberg. “Er worden congressen over gehouden en ook ons rapport is nu voor iedereen beschikbaar.” Daarna volgden twaalf concrete voorbeelden. Zo zijn in Aarle-Rixtel verplaatsbare koopwoningen gerealiseerd. Het zijn kwalitatief goede woningen die na een tijdelijke periode van 10-15 jaar elders ingezet kunnen worden. Daarover worden afspraken gemaakt op gemeentelijk en regionaal niveau. In het Twentse Markvelde nam het buurtschap zelf het initiatief voor betaalbare woningen, voor de eigen jonge starters. Ook in Ell in Midden-Limburg realiseert de gemeenschap, samen met een woningcorporatie, een woongemeenschap voor senioren en jongeren in een voormalig buurthuis. Een ander voorbeeld is de Achterhoekse Wooncoöperatie. Onder deze regionale koepel kunnen alle ca. 80 dorpen en buurtschappen locaties aanbieden voor de plaatsing van Uuthuuskes. De betrokken gemeenten plaatsen deze huisjes vervolgens met tijdelijke huurcontracten. De coöperatie verzorgt de toewijzing, aan inwoners onder de 28 jaar die een sociale binding met het dorp hebben. In de eerste vier dorpen zijn inmiddels de Uuthuuskes geplaatst.

Betere benutting bestaande voorraad

Een geheel andere vernieuwende oplossing is het actieve beleid van Bergeijk om de bestaande woningvoorraad beter te benutten. Dat werpt zijn vruchten af; er worden meer splitsingen en toestemmingen voor tijdelijke bewoning van bijvoorbeeld de garage of tuinhuisje aangevraagd én verleend. Op die manier komen jongere inwoners aan een eerste woonruimte, zonder dat er voor latere leegstand gebouwd hoeft te worden. Het idee is dat de tijdelijke grote druk op de woningmarkt zo wordt opgevangen. Als de vraag afvlakt, kan de doorstroom naar de reguliere woningen op gang komen.

Flextours

In de Praktijkreeks Flexwonen volgen nog twee flextours langs flexwoonlocaties. Meld je er gratis voor aan via de website van Platform31. Via dezelfde link zijn ook de videoverslagen te zien van alle webinars uit deze reeks.